Weerstand en duurzaam veranderen

Weerstand. Het woord roept al bijna op wat het betekent. Het mag zich beroemen op de status van grootste “vijand” van duurzaam veranderen. Bij verandering is dan ook altijd een van de eerste vragen: hoe te anticiperen op de weerstand? Het antwoord is dan de weerstand te negeren en volgens een strak plan door te zetten. Fout. Dat leidt meestal tot hakken dieper in het zand. Weerstand vraagt om inzicht en soms zelfs graven om de kern ervan te ontdekken. 

Hoe kan het dat iets wat het leven zo eigen is – namelijk verandering – zoveel weerstand kan oproepen in mensen? Dat is best gek. Alles in ons lijf verandert voortdurend, alleen al op celniveau. Een huidcel gaat een maand mee en wordt daarna vervangen door een nieuwe cel. Het ruggenmergvocht wordt elke 24 uur helemaal “verschoond”. Gaat vanzelf. We hebben gemiddeld 60.000 tot 70.000 wisselende gedachtes per dag (Dispenza, 2008). En hoeveel gevoelens spoelen er door je heen in je wakende uren, ervan uitgaand dat de diepste emotie ongeveer vijf minuten duurt?

Hoezo willen we dan toch vasthouden aan onveranderlijkheid en schieten we in de weerstand?

Pijn is niet fijn

Er is een onlosmakelijke samenhang tussen weerstand en pijn. Pijn is een alarmsignaal. Er floept een rood lichtje aan in onze hersenen. Er volgt een mobilisatie van hormonen, witte bloedlichamen in geval van ontsteking en er komen talloos veel reacties op gang die ons aanzetten tot een bepaald gedrag.

Fysieke pijn die aanhoudt, roept op tot het zoeken van verlichting of naar een oplossing bij een behandelaar, meestal een arts. 

Want: niemand wil pijn lijden. Iedereen heeft een intrinsieke motivatie om naar een dokter te gaan. Omdat het nodig is.

Met kiespijn ga je naar de tandarts. Met alle andere fysieke pijn die aanhoudt, ga je naar de huisarts die je dan gericht kan doorverwijzen naar andere medische disciplines. Bij acute ernstige pijn is er 112 of de EHBO-post bij een ziekenhuis. Dat we met adequaat gedrag reageren op fysieke pijn, heeft te maken met hoe ons brein die pijn registreert en afhandelt. 

Flink zijn

Psychische en emotionele pijn roepen – misschien vreemd genoeg – een ander gedrag op dan fysieke pijn. Leven zonder innerlijke pijn is niet de werkelijkheid. In je leven wordt je hart gebroken, je lijdt verlies, je maakt ruzie, je raakt gekwetst, je maakt fouten. De eerste reactie als antwoord op emotionele en psychische pijn is een totaal andere dan bij fysieke pijn. We zitten ze langer uit, omdat we er normen en waarden op loslaten, ook luisteren naar de oordelen en meningen uit onze omgeving en onze culturele achtergrond laten meespreken. Tijd heelt alle wonden is het credo. Je moet er doorheen, er komt wel weer licht aan het eind van de tunnel.

Maar wat als die pijn je uit je slaap houdt, je leven vergalt, er al te lang is zonder duidelijke aanleiding? Als je er somber of wantrouwend van wordt, als je er telkens opnieuw over struikelt? Als je doodsbang bent, woedeaanvallen hebt of telkens opnieuw een relatie ziet mislukken? 

Dan probeer je uit alle macht die pijn te onderdrukken. En je gaat er voor zorgen dat situaties in je leven of op de werkvloer je niet opnieuw die pijn bezorgen. Kortom, je gaat er van alles aan doen om die pijn te vermijden. Is dat een oplossing? Misschien, maar die is altijd tijdelijk.

Sommigen kiezen ook bij deze pijnen voor een medische behandeling. In Nederland gebruiken meer dan 1,2 miljoen mensen een antidepressivum. De toename van het gebruik van antidepressiva onder jongeren van 21 jaar of jonger is sinds 2007 met 40% gestegen (Stichting Farmaceutische Kengetallen, 2018).

En dat terwijl er een samenhang bestaat tussen het gebruik ervan en een grotere kans op zelfmoord. Sommigen verdoven innerlijke pijn met hard werken, alcohol, drugs of tranquilizers.

Pijn profylaxe

Er zijn ook mensen die zich tot een behandelaar wenden. Dat gaat veel minder gemakkelijk dan naar de huisarts gaan met een pijnklacht. De aanloop duurt vaak ook langer. Daar waar we met fysieke pijn snel een medische oplossing willen vanuit onze drang om te overleven, is ons gedrag anders als het gaat om innerlijke pijn. Daadwerkelijk behandeling zoeken we pas als het verdringen, verdoven of ervan wegvluchten weinig tot niets hebben veranderd. En dat heeft een reden.

De ontwikkelingspsychologie heeft ons de kennis gebracht over hoe we afweermechanismes hebben opgebouwd om innerlijke pijn te “overleven” (Arley, 2009). Deze mechanismes functioneren als een “profylaxe” tegen nieuwe pijn, een voorbehoedsmiddel als het ware. Maar het is een profylaxe die werkt naar twee kanten. Enerzijds helpt ze ons weg te blijven uit situaties die we menen te herkennen. Anderzijds verdoezelt ze bestaande pijn.

Prima dan toch?

Nou nee.

Een afweermechanisme heeft op neurologisch, emotioneel en persoonlijkheidsniveau gevolgen. Bovendien produceert het stresshormonen zoals adrenaline en cortisol en wat daar de gevolgen van zijn valt overal te lezen onder de zoekwoorden ‘stress’ en ‘burn-out’ (Arley, ibid)

Ontpoppen

Duurzaam veranderen op persoonlijk niveau ontmoet altijd weerstand, omdat het meer om een proces vraagt dan om een oplossing. De weerstand heeft een belangrijke functie: ze signaleert een oude pijn. Duurzaam veranderen houdt een transformatie in (Compernolle, 2014). Er is meer nodig dan een gedragsverandering; je moet een nieuw neurologisch patroon aanmaken. Transformeren gebeurt dan het meest effectief door de oude pijn op te lossen, zodat het daarmee samenhangende gedrag en het verdedigingsmechanisme verdwijnen.

De grootste hindernis is de werking van de afweer zelf. De afweer schiet in de verdediging om zo de verandering – die als een aanval wordt gezien – af te houden. De afweer en weerstand vinden zichzelf nodig en belangrijk en zullen er veel aan doen om jou aan te zetten tot gedrag dat je uit de “gevarenzone” houdt. Je brein ondersteunt je daarbij door de situatie te “herkennen” als bedreigend voor jou – want een mogelijkheid tot nieuwe pijn. 

Vier stappen

Hoe kun je deze impasse doorbreken? Allereerst vraagt de situatie om intrinsieke motivatie. Zoals het vanzelfsprekend is om naar een arts te gaan omdat je geen pijn meer wilt hebben, zo is bij innerlijke pijn de intrinsieke motivatie doorslaggevend om er iets aan te gaan doen. Durf je jezelf bewust te maken van wat je raakt en waar jou dat raakt? Ben je bereid bent om eerlijk naar je gevoelens te kijken?

Als je eenmaal weet waar je op “aanslaat”, moet je wel heel erg je best doen om het weer te vergeten. Je kunt vervolgens andere keuze maken en stilstaan bij de gevoelens die er een rol in spelen. Gevoelens zijn daarbij geen adviseurs, maar een opname uit het verleden. Door bewust een andere reactie te kiezen, keer je het hele proces om. Je hersenen maken nieuwe patronen aan om de nieuwe ervaringen in het lange termijn geheugen te zetten. Het oude programma wordt als het ware overschreven (Bosch, 2015).

Zie het als een stappenplan:

  1. Cognitie: bewustwording, het herkennen van die situaties, personen, objecten, symbolen die een (heftige) emotionele reactie veroorzaken. Het herkennen van je eigen afweergedrag dat hiermee samenhangt. 
  2. Gedrag: het omkeren van het afweergedrag. Dat kan op verschillende manieren. De kern is dat je precies de andere kant uit gaat dan wat de afweer je ingeeft. Probeer je opzettelijk bloot te stellen aan dat wat je zou willen vermijden. Om zo toegang te krijgen tot het gevoel dat achter het vermijdingsgedrag verborgen ligt. 
  3. Gevoel: welk gevoel gaat er schuil onder de afweer? Dan gaat het meestal om het doorvoelen van oude pijn.
  4. Integratie: het bewust kiezen voor een andere houding ten opzichte van de situaties, personen, triggers (objecten, symbolen) die je in 1. hebt ontdekt. Meestal gaat dat vanzelf nadat de bewustwording en het doorvoelen van oude pijn achter de rug is.

Let wel: je eigen pijn en weerstand doorbreken is geen proces met een probleem-oplossing volgorde, zoals een medische aanpak. Het is een proces waarin iets wordt ontplooid, vergelijkbaar met het proces van ontpoppen. De ogenschijnlijke worsteling die een rups heeft om uit het cocon te kruipen, is functioneel als training om de vleugels van de vlinder sterk te maken. Zonder die worsteling om uit een cocon te komen, zou een vlinder nooit kunnen vliegen.

Geraadpleegde bronnen

  • Arley, D. (2009), Predictably Irrational. New York: Harper.
  • Bosch, I. (2015), Illusies. Amsterdam: Atlas Contact.
  • Compernolle, T. (2014), Brain Chains. Amsterdam: Theo Compernolle en Compublications.
  • Dispenza, Dr. Joe (2008), Evolve your brain (DVD). US: Amaray.
  • Stichting Farmaceutische Kengetallen (2018), https://www.sfk.nl/publicaties/data-en-feiten/jaaroverzicht-data-en-feiten

deel dit artikel